(artikel overgenomen van www.in1school.nl)

Bij de uitvoering van Passend Onderwijs wordt te weinig gedaan om leerlingen met een beperking binnen het reguliere onderwijs te houden. Dat stelt de Onderwijsraad in haar advies over de uitvoering van Passend Onderwijs, dat 5 december verscheen. Het afzonderen van leerlingen met een beperking in speciale scholen is in strijd met internationale verdragen.

De raad verwijst naar artikel 24 uit IVRPH (VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap). In dat verdrag en de onlangs verschenen nadere uitleg wordt bepaald dat “er een sterke gerichtheid moet zijn op het aanbieden van gezamenlijk onderwijs aan personen met en zonder handicap”, aldus de Onderwijsraad. De Nederlandse Wet Passend Onderwijs legt zulk inclusief onderwijs niet expliciet vast als de meest wenselijke optie, signaleert de raad.

Strijd met WGBH/CZ
Er is ook strijd met de WGBH/CZ (Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte) volgens de Onderwijsraad. Deze wet verbiedt om onderscheid te maken tussen leerlingen met en zonder handicap of chronische ziekte als het gaat om toegang tot het onderwijs. Als dat wel gebeurt, is er sprake van discriminatie. Volgens de WGBH/CZ moet een school bij aanmelding van een leerling met een beperking, altijd onderzoeken of de school de extra ondersteuning zelf kan bieden. De Wet Passend Onderwijs is minder strict en laat ruimte voor scholen om leerlingen te weigeren indien het zelf gekozen schoolondersteuningsprofiel niet past bij de leerling. Volgens de Onderwijsraad zijn de onderwijsprofielen te behoudend en is er te weinig aandacht voor het beter inpassen van leerlingen met een beperking.

Beperkt ondersteuningsaanbod
De Onderwijsraad is op meer punten kritisch over de uitvoering van Passend Onderwijs. Er lijken te grote regionale verschillen te ontstaan in de mate waarin leerlingen met een beperking ondersteuning krijgen. De raad vindt het opmerkelijk dat er nog steeds een beperkt aanbod is voor specifieke categorieën leerlingen die ook al ten tijde van de leerlinggebonden financiering tussen wal en schip vielen. Het gaat dan om leerlingen die vanwege het benodigde maatwerk moeilijk plaatsbaar waren op een bepaald schoolniveau of op een school in een van de bestaande clusters; bijvoorbeeld leerlingen met een autismespectrumstoornis die op cognitief niveau havo of vwo aankunnen.

De raad signaleert ook dat samenwerkingsverbanden te weinig moeite doen een gezamenlijk gedragen visie te ontwikelen op wat een goed dekkend onderwijsaanbod moet zijn.

Gebrek aan scholing
Ook uit de Onderwijsraad kritiek op het gebrek aan scholing van leerkrachten. De meerderheid van leerkrachten wil betere scholing en nascholing, bijvoorbeeld in het omgaan met verschillen tussen leerlingen en in het omgaan met gedragsproblemen. De helft van de lerarenopleidingen is dat wel meer gaan doen maar dat is nog onvoldoende volgens de raad.

De Onderwijsraad is een onafhankelijk adviescollege dat de regering en de Tweede Kamer, gevraagd en ongevraagd, adviseert over hoofdlijnen van beleid en wetgeving op het gebied van het onderwijs.